Mineralen

Micronutriënten (2/2): Mineralen

Mineralen zijn net als vitamines stoffen die in kleine hoeveelheden voorkomen in eten en drinken. Het gaat slechts om enkele grammen van een bepaalde stof die we nodig hebben per dag. Ze zijn onmisbaar voor een goede gezondheid en een normale groei en ontwikkeling. Net als vitamines leveren deze stoffen geen energie.

Een tekort aan mineralen komt in Nederland bijna niet voor. Via onze voeding krijgen we voldoende mineralen binnen. Soms hebben sommige mensen meer behoefte aan een bepaald mineraal zoals bijvoorbeeld ijzer bij mensen die geen dierlijke producten eten of bij vrouwen die veel bloed verliezen tijdens de menstruatie. Ook mensen die langdurig medicijnen nemen kunnen extra behoefte hebben aan mineralen, omdat sommige medicijnen de opname van bepaalde stoffen uit de voeding tegenwerkt. Maar als men gezond is en voldoende en gevarieerd eet, zijn aanvullingen niet nodig.

Ook kan er een teveel aan mineralen ingenomen worden. In sommige gevallen kan dit zelfs schadelijk zijn voor de gezondheid. Een goed voorbeeld is natrium uit zout. Veel mensen eten te veel zout wat er voor zorgt dat het natrium balans in het bloed verstoort raakt en waardoor een te hoge bloeddruk kan ontstaan. Ook teveel magnesium is schadelijk voor de gezondheid. Dit kan echter alleen ontstaan als men langdurig veel supplementen neemt.

Spoorelementen zijn ook mineralen stoffen maar hiervan heeft het lichaam slechts zeer kleine hoeveelheden nodig. Het gaat dan om milligrammen of zelfs microgrammen. Net als vitamines en gewone mineralen hebben zij een belangrijke functie in het goed laten functioneren van het lichaam.

Mineralen en hun functies zijn:

  • Calcium, is goed voor de opbouw en onderhoud van botten en tanden. Ook is het nodig voor een goede werking van zenuwen spieren.
  • Chloor, zorgt voor een goede vochtbalans in het lichaam.
  • Fosfor, is samen met calcium goed voor botten en het gebit. Ook vervult fosfor een functie in de energiestofwisseling.
  • Kalium, is net als chloor nodig voor een goede vochtbalans in het lichaam en zorgt het voor een goede geleiding van zenuwprikkels waardoor spieren zich kunnen aanspannen. Kalium werkt het bloeddrukverhogende effect van natrium tegen.
  • Magnesium, is nodig voor de vorming van bot en is goed voor spierweefsel. Het zorgt voor de overdracht van zenuwprikkels en een goede spierfunctie.
  • Natrium, zorgt net als chloor en kalium voor een goed vochtbalans in het lichaam en is belangrijk voor de werking van zenuwen en spieren.

Spoorelementen zijn:

  • Koper, is betrokken bij de opbouw van botten en bindweefsel, de vorming van pigment in het haar en zorgt voor een goede afweer.
  • IJzer, is belangrijk voor de vorming van hemoglobine, een onderdeel van rode bloedcellen, die nodig is voor zuurstoftransport in het lichaam.
  • Jodium, is belangrijk voor de productie van schildklierhormonen die nodig zijn voor de groei en stofwisseling.
  • Zink, is een onderdeel van veel enzymen die belangrijk zijn voor de stofwisseling.
  • Mangaan, is ook een onderdeel van een aantal enzymen en goed voor de stofwisseling.
  • Chroom, speelt een rol bij de werking van het hormoon insuline wat betrokken is bij de koolhydraatstofwisseling.
  • Molybdeen, is ook een onderdeel van enzymen en helpt bij de stofwisseling.
  • Fluoride, helpt tegen tandbederf. Via het tandglazuur wordt deze stof opgenomen.
  • Seleen, werkt als antioxidant. Het maakt zware metalen in voeding minder giftig en beschermt rode bloedcellen tegen beschadiging. Ook is het belangrijk voor een goede werking van de schildklier.

Mineralen komen voor in alle voedingsmiddelen. Het ene product bevat meer en andere mineralen dan de ander. Als men gezond en gevarieerd eet, is de kans op een tekort of te veel zeer klein. Eet zoveel mogelijk natuurlijke producten. Deze zijn rijk aan allerlei essentiële voedingsstoffen waaronder ook de mineralen.